Motoriek: Functies en anatomische eigenschappen
Een diversiteit aan factoren binnen Functies en Anatomische eigenschappen beïnvloedt de motorische ontwikkeling. Deze factoren zorgen ervoor dat de ontwikkeling sneller, trager of op een andere manier verloopt. Motorische ontwikkeling wordt beïnvloed door de anatomische eigenschappen van structuren verwant aan beweging (s7) maar evenzeer door de anatomische eigenschappen van structuren verwant aan het zenuwstelsel (s1). Omdat motorische ontwikkeling nauw samenhangt met de ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel, spelen verschillende mentale functies een belangrijke rol in het ontstaan en het verfijnen van motorisch gedrag. Binnen de motorische ontwikkeling zijn bijvoorbeeld de psychomotorische functies (b147) en het bepalen van sequenties bij complexe bewegingen (b176) van groot belang. Daarnaast dragen ook de algemene mentale functies zoals bewustzijn, oriëntatie, intellectuele en executieve functies, bij aan motorisch functioneren. Ook de specifieke mentale functies, zoals aandacht en visuele, tactiele en visuospatiële perceptie[1] zijn hierbij essentieel. Het is via deze perceptie dat een kind of jongere zijn handelingen voortdurend bijstuurt en zo verder ontwikkelt in motorische en andere vaardigheden. Naast de mentale functies spelen de functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies (b7) een centrale rol. Motorisch handelen ontstaat immers uit een voortdurende wisselwerking tussen sensorische informatie en motorische aansturing. Deze sensorische informatie vormt de basis voor sensorimotorische koppeling, waarbij het zenuwstelsel bewegingen plant, aanstuurt en bijstuurt op basis van feedback uit het lichaam en de omgeving. Een efficiënte sensorimotorische integratie maakt het mogelijk dat kinderen hun bewegingen aanpassen aan veranderende situaties en geleidelijk complexere motorische vaardigheden ontwikkelen.
Beperkingen in (motorische) lichaamsfuncties en anatomische eigenschappen kunnen leiden tot beperkingen in activiteiten, die op hun beurt de participatiemogelijkheden van een leerling beïnvloeden. De stimulans en ondersteuning die leerlingen vanuit hun context ontvangen, evenals de mate waarin de omgeving mogelijke drempels tot participatie verkleint of wegneemt, zijn daarom van groot belang voor de motorische ontwikkeling. Deze stimulering is extra belangrijk tijdens zogenaamde gevoelige periodes, waarin bepaalde hersengebieden een versnelde ontwikkeling doormaken en daardoor bijzonder gevoelig zijn voor specifieke omgevingsstimulatie. Voor verschillende hersengebieden liggen deze gevoelige periodes voornamelijk tussen de leeftijd van nul en vier jaar[2]. Het is echter belangrijk te benadrukken dat het uitblijven of onvoldoende benutten van stimulering tijdens deze gevoelige periodes niet betekent dat verdere ontwikkeling nadien niet meer mogelijk is. De hersenen blijven ook buiten deze perioden plastisch en in staat tot leren, aanpassen en reorganiseren.
Bij het in kaart brengen van de Functies en Anatomische eigenschappen is het van belang rekening te houden met de specifieke oorzaak van mogelijke motorische problemen. Enerzijds zijn aantal motorische beperkingen aangeboren waardoor bepaalde functies niet of onvoldoende zullen ontwikkelen. Anderzijds zijn er specifieke motorische stoornissen die leiden tot functieverlies: bepaalde functies waren op een gegeven moment door het kind/jongere verworven, maar zijn als gevolg van een onderliggende aandoening weer verloren gegaan. Individuele verschillen in motorische aanleg zorgen er bovendien voor dat sommige kinderen bepaalde vaardigheden sneller verwerven dan anderen. Wanneer beperkingen in spierkracht, coördinatie of evenwicht aanwezig zijn, kunnen deze zonder gerichte ondersteuning en aanpassingen een drempel vormen voor leren en participatie.
Functies
b1 Mentale functies
b110-b139 Algemene mentale functies
b110 Bewustzijn
b1100 Mate van bewustzijn
b1101 Continuïteit van bewustzijn
b1102 Kwaliteit van bewustzijn
b1103 Regulatie van mate van bewustzijn
b1108 Bewustzijn, anders gespecificeerd
b1109 Bewustzijn, niet gespecificeerd
b114 Oriëntatie
b1140 Oriëntatie in tijd
b1141 Oriëntatie in plaats
b1142 Oriëntatie in persoon
b1143 Oriëntatie tot objecten
b1144 Oriëntatie in ruimte
b1148 Oriëntatie, anders gespecificeerd
b1149 Oriëntatie, niet gespecificeerd
b117 Intellectuele functies
b122 Globale psychosociale functies
b125 Aanleg en intra-persoonlijke functies
b1250 Aanpassingsvermogen
b1251 Reactievermogen
b1252 Actieniveau
b1253 Voorspelbaarheid
b1254 Doorzettingsvermogen
b1255 Openheid
b1258 Aanleg en intrapersoonlijke functies, anders gespecificeerd
b1259 Aanleg en intrapersoonlijke functies, niet gespecificeerd
b126 Temperament en persoonlijkheid
b1260 Extraversie
b1261 Inschikkelijkheid
b1262 Nauwgezetheid
b1263 Psychische stabiliteit
b1264 Ontvankelijkheid voor nieuwe ervaringen
b1265 Optimisme
b1266 Vertrouwen
b1267 Betrouwbaarheid
b1268 Temperament en persoonlijkheid, anders gespecificeerd
b1269 Temperament en persoonlijkheid, niet gespecificeerd
b130 Energie en driften
b1300 Energieniveau
b1301 Motivatie
b1302 Begeerte
b1303 Hunkering
b1304 Driftbeheersing
b1308 Energie en driften, anders gespecificeerd
b1309 Energie en driften, niet gespecificeerd
b134 Slaap
b1340 Hoeveelheid slaap
b1341 Inslapen
b1342 Doorslapen
b1343 Slaapkwaliteit
b1344 Slaapcyclus
b1348 Slaap, anders gespecificeerd
b1349 Slaap, niet gespecificeerd
b139 Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b140-189 Specifieke mentale functies
b140 Aandacht
b1400 Vasthouden van aandacht
b1401 Veranderen van aandachtsgebied
b1402 Verdelen van aandacht
b1403 Delen van aandacht
b1408 Aandacht, anders gespecificeerd
b1409 Aandacht, niet gespecificeerd
b144 Geheugen
b1440 Kortetermijngeheugen
b1441 Langetermijngeheugen
b1442 Oproepen en verwerken van informatie uit geheugen
b1443 Werkgeheugen
b1448 Geheugen, anders gespecificeerd
b1449 Geheugen, niet gespecificeerd
b147 Psychomotorische functies
b1470 psychomotorische controle
b1471 kwaliteit van psychomotorische functies
b1472 organisatie van psychomotorische functies
Bij leerlingen met een typische motorische ontwikkeling ontwikkelen psychomotorische functies zich spontaan en geleidelijk via spel, exploratie en herhaling. In interactie met hun omgeving leren zij hun bewegingen automatisch plannen, controleren en bijsturen. Hierdoor worden motorische handelingen steeds vloeiender, doelgerichter en beter aangepast aan de situatie. Bij leerlingen met motorische ontwikkelingsproblemen verloopt dit proces vaak trager, minder spontaan en/of minder efficiënt. Ze ervaren regelmatig moeilijkheden bij het initiëren van bewegingen en reageren vaak trager wanneer een beweging moet worden opgestart of aangepast. Ook het plannen en organiseren van bewegingen kan moeizaam verlopen: de leerling weet wat hij wil doen, maar slaagt er niet in om deze intentie om te zetten in een gecoördineerde uitvoering. Daarnaast komen bewegingen soms onregelmatig of minder gecontroleerd tot stand. Zo kan er sprake zijn van het inzetten van te veel kracht, onvoldoende remming of een minder nauwkeurige timing. Ook het gelijktijdig uitvoeren van motorische en cognitieve taken (dubbeltaak) kan moeilijk zijn. Wanneer de aandacht verdeeld moet worden, zoals bij tegelijk stappen en praten, daalt de motorische nauwkeurigheid aanzienlijk[1].
b1473 links-/rechtshandigheid
Handvoorkeur verwijst naar de neiging om bij doelgerichte handelingen systematisch één hand te gebruiken boven de andere. De meeste leerlingen ontwikkelen een voorkeur voor de rechterhand, terwijl een kleiner deel linkshandig is. Bij een zeer klein aantal leerlingen is er geen duidelijke voorkeur en worden beide handen met een vergelijkbare vaardigheid gebruikt. Dit wordt ambidextrie genoemd. Tijdens de eerste levensjaren vertonen leerlingen nog vaak wisselend handgebruik, maar naarmate hun motorische vaardigheden zich verder ontwikkelen en de neurologische rijping zich verderzet, wordt de handvoorkeur geleidelijk stabieler. Tegen het begin van de lagere school gebruiken de meeste leerlingen bij fijne motorische taken zoals schrijven, tekenen of manipuleren van voorwerpen consequent dezelfde hand[1].
Bij sommige leerlingen met een atypische motorische ontwikkeling verloopt dit proces minder duidelijk of trager. Zij kunnen langer wisselen tussen beide handen of vertonen een minder uitgesproken handvoorkeur bij verschillende taken. Een atypische of minder stabiele ontwikkeling van de handvoorkeur komt vaker voor bij motorische ontwikkelingsstoornissen, zoals DCD, waar een hogere prevalentie van niet-rechtshandigheid en gemengd handgebruik wordt beschreven[2]. Daarnaast kan bij bepaalde neurologische aandoeningen, zoals unilaterale cerebrale parese, juist een zeer uitgesproken en vroege handvoorkeur ontstaan doordat één hand minder functioneel inzetbaar is. In dergelijke situaties kan het gebruik van de handen minder gespecialiseerd of minder efficiënt verlopen bij taken die een goede samenwerking tussen beide handen vereisen[3].
b1474 laterale dominantie
b1478 psychomotorische functies, anders gespecificeerd
b1479 psychomotorische functies, niet gespecificeerd
b152 Stemming
b1520 Adequaatheid van stemming
b1521 Regulering van stemming
b1522 Bereik van stemmingen
b1528 Stemming, anders gespecificeerd
b1529 Stemming, niet gespecificeerd
b156 Perceptie
Bij leerlingen met een typische motorische ontwikkeling ontwikkelen perceptuele functies zich spontaan door interactie met de omgeving en door bewegingservaringen. Bij leerlingen met een atypische motorische ontwikkeling verlopen deze perceptuele processen vaak minder efficiënt of trager. Er kan sprake zijn van moeilijkheden in de sensorische integratie, waarbij het combineren, selecteren en interpreteren van verschillende zintuiglijke prikkels minder vlot verloopt. Leerlingen met motorische ontwikkelingsproblemen ervaren daardoor vaak moeilijkheden bij het verwerken van sensorische feedback tijdens het uitvoeren van bewegingen[1]. Hierdoor kan het langer duren voordat zij hun bewegingen adequaat leren aanpassen aan veranderende omstandigheden, aangezien het vermogen tot selecteren en bijsturen van motorische handelingen zich ontwikkelt op basis van deze sensorische feedback[2].
b1560 auditieve perceptie
b1561 visuele perceptie
Visuele perceptie verwijst naar het vermogen om visuele informatie te herkennen, te interpreteren en te gebruiken voor het plannen en uitvoeren van handelingen. Deze functie speelt een belangrijke rol bij activiteiten zoals schrijven, lezen, manipuleren van voorwerpen en het bewegen in de ruimte. Leerlingen met motorische ontwikkelingsproblemen ervaren vaak moeilijkheden bij het verwerken van visuele informatie. Dit kan zich onder meer uiten in problemen met het volgen van bewegende objecten, het inschatten van afstanden of het nauwkeurig afstemmen van visuele informatie op motorische handelingen, bijvoorbeeld bij schrijven, knutselen of sportactiviteiten. Leerlingen met DCD scoren vaak minder goed op verschillende visuele perceptietaken, zoals statische visuele discriminatie, visueel sequentieel geheugen en oog-handcoördinatie. Deze relatie is echter taakafhankelijk: niet elk visueel perceptieprobleem leidt automatisch tot motorische moeilijkheden, wat wijst op een complexe wisselwerking tussen visuele perceptie en motorische controle[3]. Bij leerlingen met cerebrale parese kunnen deze problemen bovendien samenhangen met bijkomende visuele stoornissen, zoals cerebrale visuele stoornissen (CVI) of een verminderde aandacht voor één zijde van het lichaam of de ruimte. Hierdoor kan visuele informatie soms onvolledig of minder efficiënt worden verwerkt. Moeilijkheden kunnen onder meer betrekking hebben op het herkennen van vormen, het interpreteren van richting of beweging, en het integreren van visuele informatie met motorische handelingen[4].
b1562 perceptie van geur
b1563 perceptie van smaak
b1564 tactiele perceptie
Tactiele perceptie verwijst naar het vermogen om tastinformatie te registreren, te onderscheiden en te interpreteren. Deze functie speelt een belangrijke rol bij het manipuleren van voorwerpen, het uitvoeren van fijnmotorische handelingen en het verkrijgen van sensorische feedback tijdens beweging. Leerlingen met motorische ontwikkelingsstoornissen, zoals DCD, vertonen vaak moeilijkheden in de verwerking van tactiele prikkels. Zij presteren doorgaans minder goed op taken die een nauwkeurige verwerking van tastinformatie vereisen, zoals twee-puntsdiscriminatie (zowel statisch als bewegend), grafesthesie (het herkennen van vormen op de huid) en het identificeren van vingers. Deze beperkingen in tactiele perceptie kunnen het aansturen van fijnmotorische handelingen bemoeilijken en het uitvoeren van dagelijkse activiteiten negatief beïnvloeden[5]. Ook bij leerlingen met unilaterale cerebrale parese worden frequent stoornissen in tactiele perceptie vastgesteld, vooral in de aangedane hand. Moeilijkheden kunnen onder meer betrekking hebben op het detecteren en lokaliseren van aanrakingen, het herkennen van voorwerpen via tastinformatie (stereognose) en het gebruiken van tactiele feedback tijdens handelingen, wat een invloed kan hebben op de ontwikkeling en uitvoering van fijne handvaardigheden[6].
b1565 visuospatiale perceptie
Visuospatiële perceptie verwijst naar het vermogen om ruimtelijke relaties tussen objecten en het eigen lichaam waar te nemen en te interpreteren. Deze functies zijn belangrijk voor het inschatten van afstand, richting, grootte en positie in de ruimte en spelen een belangrijke rol bij het plannen en uitvoeren van motorische handelingen. Leerlingen met DCD ervaren vaak moeilijkheden in deze vorm van perceptieverwerking. Zij presteren vaak minder goed op gestandaardiseerde taken die visuospatiële verwerking vereisen, wat kan wijzen op problemen bij het verwerken en organiseren van ruimtelijke informatie. Dergelijke moeilijkheden kunnen zich onder meer uiten in problemen met schrijven, het organiseren van informatie op papier en het plannen van motorische handelingen in de ruimte[7]. Ook bij leerlingen met cerebrale parese komen visuospatiële perceptieproblemen regelmatig voor. Deze kunnen samenhangen met stoornissen in visuele aandacht of ruimtelijke verwerking en kunnen zich bijvoorbeeld uiten in moeilijkheden bij ruimtelijke oriëntatie, oog-handcoördinatie of het plannen van bewegingen in de ruimte[8]. Bij andere neuromusculaire aandoeningen, zoals spinale musculaire atrofie (SMA) of Duchenne musculaire dystrofie (DMD), blijven visuospatiële vaardigheden vaak relatief goed behouden, hoewel de beperkte motorische exploratie van de omgeving de ontwikkeling van ruimtelijke ervaringen kan beïnvloeden[9].
b1568 perceptie, anders gespecificeerd
b1569 perceptie, niet gespecificeerd
b160 Denken
b1600 Denktempo
b1609 Denken, niet gespecificeerd
b1601 Wijze van denken
b1602 Inhoud denkproces
b1603 Controle denkproces
b1608 Denken, anders gespecificeerd
b163 Basale cognitieve functies
b164 Hogere cognitieve functies
b1640 Abstractie
b1641 Organisatie en planning
b1642 Tijdmanagement
b1643 Cognitieve flexibiliteit
b1644 Inzicht
b1645 Beoordelingsvermogen
b1646 Mentale functies gerelateerd aan probleemoplossen
b1648 Hogere cognitieve functies, anders gespecificeerd
b1649 Hogere cognitieve functies, niet gespecificeerd
b167 Mentale functies gerelateerd aan taal
b1670 Mentale functies gerelateerd aan taalreceptie
b1671 Mentale functies gerelateerd aan taalexpressie
b1672 Integratieve taalfuncties
b1678 Mentale functies gerelateerd aan taal, anders gespecificeerd
b1679 Mentale functies gerelateerd aan taal, niet gespecificeerd
b172 Mentale functies gerelateerd aan rekenen
b1720 Mentale functies gerelateerd aan eenvoudig rekenen
b1721 Mentale functies gerelateerd aan complex rekenen
b1728 Mentale functies gerelateerd aan rekenen, anders gespecificeerd
b1729 Mentale functies gerelateerd aan rekenen, niet gespecificeerd
b176 Bepalen sequentie bij complexe bewegingen
b180 Ervaren van zelf en tijd
b1800 Ervaren van zelf
b1801 Lichaamsbeeld
b1802 Ervaren van tijd
b1808 Ervaren van zelf en tijd, anders gespecificeerd
b1809 Ervaren van zelf en tijd, niet gespecificeerd
b189 Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b2 Sensorische functies en pijn
b210-b229 Visuele en verwante functies
b210 Visuele functies
b2100 Gezichtsscherpte
b2101 Gezichtsveld
b2102 Kwaliteit van visus
b2108 Visuele functies, anders gespecificeerd
b2109 Visuele functies, niet gespecificeerd
b215 Functies van aan oog verwante structuren
b2150 Functies van interne oogspieren
b2151 Functies van ooglid
b2152 Functies van externe oogspieren
b2153 Functies van traanklieren
b2158 Functies van aan oog verwante structuren, anders gespecificeerd
b2159 Functies van aan oog verwante structuren, niet gespecificeerd
b220 Gewaarwordingen van oog en verwante structuren
b229 Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b230-249 Hoorfuncties en vestibulaire functies
b230 Hoorfuncties
b2300 Detectie van geluid
b2301 Auditieve discriminatie
b2302 Lokalisatie van geluidsbron
b2303 Lateralisatie van geluid
b2304 Onderscheiden van spraak
b2308 Hoorfuncties, anders gespecificeerd
b2309 Hoorfuncties, niet gespecificeerd
b235 Vestibulaire functies
b2350 Positiegevoel
b2351 Balans
b2352 Bewegingsgevoel
b2358 Vestibulaire functies, anders gespecificeerd
b2359 Vestibulaire functies, niet gespecificeerd
b240 Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies
b2400 Oorsuizen [tinnitus]
b2401 Duizeligheid
b2402 Valneigingen
b2403 Misselijkheid optredend bij duizeligheid of draaiduizeligheid
b2404 Oorirritatie
b2405 Druk op oor
b2408 Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies, anders gespecificeerd
b2409 Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies, niet gespecificeerd
b249 Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b250-b279 Andere sensorische functies
b250 Smaak
b255 Reuk
b260 Propriocepsis
b265 Tast
b270 Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli
b2700 Temperatuurwaarneming
b2701 Waarneming van trillingen
b2702 Waarneming van druk
b2703 Waarneming van schadelijke stimulus
b2708 Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli, anders gespecificeerd
b2709 Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli, niet gespecificeerd
b279 Andere sensorische functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b280-289 Pijn
b280 Pijngewaarwording
b2800 Gegeneraliseerde pijn
b2801 Pijn in een lichaamsdeel
b2802 Pijn in meerdere lichaamsdelen
b2803 Uitstralende pijn in dermatoom
b2804 Uitstralende pijn in segment of regio
b289 Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b3 Stem en spraak
b310 Stem
b3100 Voortbrengen van stemgeluid
b3101 Stemkwaliteit
b3108 Stem, anders gespecificeerd
b3109 Stem, niet gespecificeerd
b320 Articulatie
b330 Vloeiendheid en ritme van spreken
b3300 Vloeiendheid van spreken
b3301 Ritme van spreken
b3302 Snelheid van spreken
b3303 Spraakmelodie
b3308 Vloeiendheid en ritme van spreken, anders gespecificeerd
b3309 Vloeiendheid en ritme van spreken, niet gespecificeerd
b340 Alternatieve vormen van stemgebruik
b3400 Productie van tonen
b3401 Maken van scala van geluiden
b3408 Alternatieve vormen van stemgebruik, anders gespecificeerd
b3409 Alternatieve vormen van stemgebruik, niet gespecificeerd
b4 Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en het ademhalingsstelsel
b410-b429 Functies van hart en bloedvatenstelsel
b410 Hartfuncties
b4100 Hartfrequentie
b4101 Hartritme
b4102 Contractiekracht van spieren in ventrikelwand
b4103 Bloedvoorziening hart
b4108 Hartfuncties, anders gespecificeerd
b4109 Hartfuncties, niet gespecificeerd
b415 Functies van bloedvaten
b4150 Functies van arteriën
b4151 Functies van capillairen
b4152 Functies van venen
b4158 Functies van bloedvaten, anders gespecificeerd
b4159 Functies van bloedvaten, niet gespecificeerd
b420 Bloeddruk
b4200 Verhoogde bloeddruk
b4201 Verlaagde bloeddruk
b4202 Handhaving bloeddruk
b4208 Bloeddruk, anders gespecificeerd
b4209 Bloeddruk, niet gespecificeerd
b429 Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b430-b439 Functies van hematologisch systeem en afweersysteem
b430 Functies van hematologisch systeem
b4300 Bloedaanmaak
b4301 Zuurstoftransport door bloed
b4302 Transport van metabolieten door bloed
b4303 Stolling
b4308 Functies van hematologisch systeem, anders gespecificeerd
b4309 Functies van hematologisch systeem, niet gespecificeerd
b435 Functies van afweersysteem
b4350 Immuunrespons
b4351 Gevoeligheidsreacties
b4352 Functies van lymfevaten
b4353 Functies van lymfeknopen
b4358 Functies van afweersysteem, anders gespecificeerd
b4359 Functies van afweersysteem, niet gespecificeerd
b439 Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b440-b449 Functies van ademhalingsstelsel
b440 Ademhaling
b4400 Ademfrequentie
b4401 Ademritme
b4402 Ademdiepte
b4408 Ademhaling, anders gespecificeerd
b4409 Ademhaling, niet gespecificeerd
b445 Functies ademhalingsspieren
b4450 Functies van thoracale ademhalingsspieren
b4451 Functies van diafragma
b4452 Functies van hulpademhalingsspieren
b4458 Functies ademhalingsspieren, anders gespecificeerd
b4459 Functies ademhalingsspieren, niet gespecificeerd
b449 Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b450-b469 Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel
b450 Andere functies van ademhalingsstelsel
b4500 Functies van mondademen
b4501 Functies van hoesten
b4502 Functies van niezen
b4503 Functies van gapen
b4504 Functies gerelateerd aan slijm
b4508 Andere functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd
b4509 Andere functies van ademhalings, niet gespecificeerd
b455 Inspanningstolerantie
b4550 Algemeen fysiek uithoudingsvermogen
b4551 Aerobe capaciteit
b4552 Vermoeibaarheid
b4558 Inspanningstolerantie, anders gespecificeerd
b4559 Inspanningstolerantie, niet gespecificeerd
b460 Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en respiratoire functies
b469 Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b5 functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel
b510-b539 Functies van spijsverteringsstelsel
b510 Opname van voedsel
b5100 Zuigen
b5101 Afhappen
b5102 Kauwen
b5103 Manipuleren van voedsel in mond
b5104 Speekselvorming
b5105 Slikken
b5106 Uitdrijven van inhoud van maag, oesofagus of farynx
b5107 Rumineren
b5108 Opname van voedsel, anders gespecificeerd
b5109 Opname van voedsel, niet gespecificeerd
b515 Vertering
b5150 Transport van voedsel door maag en darmen
b5151 Afbraak van voedsel
b5152 Absorptie van voedingsstoffen
b5153 Voedseltolerantie
b5158 Vertering, anders gespecificeerd
b5159 Vertering, niet gespecificeerd
b520 Assimilatie
b525 Defecatie
b5250 Uitscheiding van feces
b5251 Fecale consistentie
b5252 Defecatiefrequentie
b5253 Fecale continentie
b5254 Flatulentie
b5258 Defecatie, anders gespecificeerd
b5259 Defecatie, niet gespecificeerd
b530 Handhaving lichaamsgewicht
b535 Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel
b5350 Misselijkheid
b5351 Opgeblazen gevoel
b5352 Buikkramp
b5358 Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd
b5359 Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel, niet gespecificeerd
b539 Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b540-b569 Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel
b540 Algemene metabole functies
b545 Water-, mineraal- en elektrolytenbalans
b550 Thermoregulatoire functies
b555 Functies van endocriene klieren
b560 Groeifuncties
b569 Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b6 Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies
b610-b639 Functies gerelateerd aan urine
b610 Productie en opslag van urine
b6100 Filtratie van urine
b6101 Opslag van urine
b6108 Productie en opslag van urine, anders gespecificeerd
b6109 Productie en opslag van urine, niet gespecificeerd
b620 Functies gerelateerd aan urinelozing
b6200 Urinelozing
b6201 Frequentie van urinelozing
b6202 Urinecontinentie
b6208 Functies gerelateerd aan urinelozing, anders gespecificeerd
b6209 Functies gerelateerd aan urinelozing, niet gespecificeerd
b630 Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing
b639 Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd
b640-b679 Genitale en reproductieve functies
b7 functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies
…
b8 Functies van huid en verwante structuren
…
Anatomische eigenschappen
s1 Anatomische eigenschappen van zenuwstelsel
De ontwikkeling van motorische vaardigheden is onlosmakelijk verbonden met de rijping en organisatie van neurale netwerken. Wanneer een kind ontwikkelingsmijlpalen bereikt, zoals de overgang van liggen naar zitten of van kruipen naar stappen, worden er nieuwe neurale netwerken en verbindingen gevormd op basis van motorische ervaringen. Deze netwerken zijn plastisch en veranderen mee met de rijping van het zenuwstelsel en de interactie met de omgeving. Verstoring in deze netwerken heeft niet alleen invloed op beweging zelf, maar ook op bredere mentale functies zoals perceptie, planning, geheugen en lichaamsbesef. Motorische ontwikkelingsstoornissen, zoals DCD en CP worden daarom niet louter als een motorisch probleem beschouwd, maar als complex neurologisch fenomeen met zowel cognitieve en affectieve implicaties[1].
Bovendien kunnen symptomen die wijzen op een disfunctie van het zenuwstelsel in de loop van de ontwikkeling verdwijnen, zich (tijdelijk) normaliseren of pas op een later moment optreden. De ontwikkeling lijkt dan aanvankelijk normaal te verlopen, terwijl in een latere levensfase onverwachte moeilijkheden ontstaan. Dit verschijnsel staat bekend als ‘growing into deficit’[2]. Het verwijst naar het feit dat bepaalde hersengebieden, zoals de prefrontale cortex, pas later in de ontwikkeling een rol gaan spelen bijvoorbeeld bij functies zoals inhibitie, emotieregulatie en planning. Hierdoor kunnen letsels of ontwikkelingsstoornissen pas in die latere fase zichtbaar worden, ondanks een ogenschijnlijk normale vroege ontwikkeling. De functionele gevolgen van een vroeg opgelopen hersenbeschadiging zijn dus niet altijd direct zichtbaar. Vooral wanneer de getroffen hersengebieden betrokken zijn bij functies die zich pas later ontwikkelen, kunnen de gevolgen zich pas in een latere levensfase manifesteren[3]. Hierdoor is het soms moeilijk om op jonge leeftijd sluitende voorspellingen te doen over de latere motorische of neurologische uitkomst[4]. Daarnaast nemen bij sommige leerlingen met progressieve of verworven neurologische aandoeningen bepaalde lichamelijke functies af naarmate zij ouder worden, bijvoorbeeld door spierziekten, degeneratieve aandoeningen, cerebrale parese, dwerggroei of niet-aangeboren hersenletsel (NAH)[5]. Bij hersenletsels geldt eveneens dat symptomen zich pas later kunnen manifesteren, afhankelijk van de timing van het letsel. Letsels die optreden tijdens gevoelige perioden van de hersenontwikkeling kunnen een bijzonder grote impact hebben op latere cognitieve en motorische functies. Hersenschade op jongere leeftijd hangt vaak samen met minder gunstige neuropsychologische uitkomsten, omdat bepaalde neurale netwerken op dat moment nog in ontwikkeling zijn[6]. Tegelijk beschikt het jonge brein over een belangrijke mate van plasticiteit, waardoor functies gedeeltelijk kunnen worden overgenomen door andere hersengebieden. Dit reorganisatieproces kan echter ook leiden tot het zogenaamde crowding-effect, waarbij een hersengebied functies van een beschadigd gebied overneemt ten koste van de functies waarvoor het oorspronkelijk gespecialiseerd was. Zo kan bijvoorbeeld de rechterhemisfeer, die doorgaans sterker betrokken is bij visueel-ruimtelijke verwerking, ook taalfuncties opnemen wanneer de linker hemisfeer beschadigd raakt. Hierdoor kan de ontwikkeling van zowel taal als ruimtelijk inzicht minder optimaal verlopen[7].
Er wordt steeds vaker aangenomen dat problemen in motorische aansturing niet op zichzelf staan, maar een afspiegeling kunnen zijn van een diffuus en minder efficiënt functioneren van neurale netwerken in meerdere hersengebieden[8]. Deze verstoringen beïnvloeden verschillende domeinen van de Specifieke Mentale Functies (b140-b189) zoals omschreven in het ICF-CY-kader. Niet enkel de psychomotorische functies (b147), maar ook bijvoorbeeld de perceptie (b156), het bepalen van sequenties bij complexe bewegingen (b176), hogere cognitieve functies (b164) of het geheugen (b144).
De betrokkenheid van neurale netwerken in motorische aansturing kan zich ook manifesteren in andere motorisch-gerelateerde functies, zoals spraakproductie. Zowel het perifere zenuwstelsel dat betrokken is bij de uitvoering van spraakbewegingen als de centrale hersengebieden die instaan voor de planning en aansturing van deze bewegingen spelen hierbij een rol. Wanneer deze systemen verstoord zijn, kunnen spraakproblemen ontstaan. Dergelijke problemen hebben niet alleen een impact op functieniveau, maar ook op activiteiten en participatie. Zo kan een neurologisch letsel onder meer leiden tot stoornissen zoals een neurogene articulatiestoornis of kinderafasie[9].
s2 Anatomische eigenschappen van oog, oor en verwante structuren
…
s3 Anatomische eigenschappen van structuren betrokken bij stem en spraak
…
s4 Anatomische eigenschappen van hart en bloedvatenstelsel, afweersysteem en ademhalingsstelsel
…
s5 Anatomische eigenschappen van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel
…
s6 Anatomische eigenschappen van urogenitale stelsel
…
s7 Anatomische eigenschappen van structuren verwant aan beweging
De menselijke anatomie van structuren verwant aan beweging bestaat uit de anatomie van botten, gewrichten, spieren en extra-articulaire ligamenten en fasciae (bindweefsel) gelinkt aan verschillende delen van het lichaam. Deze anatomie kent zijn normale variatie maar door zowel genetische factoren als fysiek trauma kunnen leerlingen afwijkende anatomische eigenschappen hebben of ontwikkelen. Voldoende zicht hebben op anatomische sterktes en beperkingen, maakt dat er op gebied van activiteiten en participatie gestreefd kan worden naar passende doelen. In sommige situaties zal het hiervoor nodig zijn om personen met een meer specifieke medische expertise te betrekken in de begeleiding van een leerling[1].
s8 Anatomische eigenschappen van huid en verwante structuren
…
Inhoudsopgave
Vind sneller de inhoud waarin u geïnteresseerd bent op deze pagina:
- b1 Mentale functies
- b2 Sensorische functies en pijn
- b3 Stem en spraak
- b4 Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en het ademhalingsstelsel
- b5 functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel
- b6 Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies
- b7 functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies
- b8 Functies van huid en verwante structuren
- s1 Anatomische eigenschappen van zenuwstelsel
- s7 Anatomische eigenschappen van structuren verwant aan beweging