Handelingsgerichte diagnostiek in tijden van covid-19

Zowel vanuit klinisch als wetenschappelijk perspectief is er geen of onvoldoende evidentie dat een diagnostisch traject vanop afstand kwaliteitsvol kan worden doorlopen[1]. Dit zet ons voor een aantal uitdagingen binnen diagnostiek in leerlingenbegeleiding. Wat kunnen we wel nog of beter niet opnemen? Welke aandachtspunten houden we best in het achterhoofd bij het op afstand of face-to-face onderzoeken? Hoe interpreteren we onderzoeksresultaten? Waar houden we best rekening mee bij het opstellen van aanbevelingen? In deze tekst overlopen wij de verschillende fases van het HGD-traject en staan we stil bij een aantal aandachtspunten voor jou en jouw team.

Er zijn heel wat onderdelen van het HGD-traject die je via afstand kan doorlopen (mail, telefonisch, e-vergadering, …). Ook al is rechtstreeks contact met alle betrokkenen nu moeilijker, toch blijft een constructieve samenwerking en afstemming met alle betrokkenen essentieel om tot gedragen adviezen te komen.  Stem dus over het verloop van het traject af met de leerling en zijn ouders. Bevraag bij hen hoe zij nu staan tegenover contact op afstand, face-to-facegesprekken, testonderzoek… Zelfs bij onderzoeken die al voor coronatijd gepland stonden, is het aan te raden opnieuw af te stemmen.

Wellicht kunnen kwetsbare leerlingen en gezinnen moeilijker bereikt worden via een blended aanpak. We houden rekening met de richtlijnen[2] die de overheid formuleert omtrent de mogelijkheden tot het bereik van deze doelgroep. Na opschorting van de Covid-maatregelen  kunnen we prioritair inzetten op het alsnog bereiken van deze doelgroep om ook HGD-trajecten bij hen te kunnen finaliseren.

Intakefase: de opstart van een nieuw HGD-traject

Weeg af hoe dringend de opstart van een nieuw HGD-traject is, aangezien het niet evident is om een traject op afstand op te starten of helemaal te lopen. Voor een allereerste contact is videoconsult minder aangewezen. Indien het veilig georganiseerd kan worden, kan aan de cliënt een face-to-facegesprek voorgesteld worden (zie veiligheidsrichtlijnen overheid en CLB-specifieke draaiboeken[3]). Stem hier ook af met ouders of leerling of zij achter de opstart van een traject staan en op welke manier zij dit haalbaar zien.

Strategiefase: is bijkomend onderzoek nodig om de hulpvraag te beantwoorden?

Als algemene stelregel geldt dat we zoveel mogelijk gebruikmaken van informatie die reeds aanwezig is (in het CLB-dossier, bij ouders, bij het zorgteam van de school, in het leerlingendossier van de school, bij externe diensten …). Ga zoals bij alle handelingsgerichte diagnostische trajecten in de strategiefase na welke gegevens ontbreken (need to know) om verder te kunnen.

Bekijk vervolgens samen met de leerling en ouders wat haalbaar is als onderzoeksmethoden en wat daarvan - gezien de omstandigheden - de meest betrouwbare en valide informatie oplevert. Wat van thuis uit kan gebeuren, moet van thuis uit gebeuren. Sommige onderzoeksvragen kan je (deels) beantwoorden door op een alternatieve manier informatie verzamelen (bv klasobservatie wordt gesprek met leerkracht), maar voor een aantal onderzoeksvragen kan dat moeilijker of niet (bv. vragen naar profiel brede cognitieve vaardigheden, interacties binnen de klas of op de speelplaats, …).

Mogelijke vragen die je kan stellen:

  • Welke contra-indicaties zijn er voor een bepaalde onderzoeksmethode? Bvb het gebruik van een mondmasker bij leerlingen met communicatieve problemen, angst voor besmetting bij onderzoek in CLB…
  • Hoe is de huidige leer- en leefsituatie van de leerling? Zijn er indicaties dat de uitzonderlijke omstandigheden een te grote invloed zullen hebben op de onderzoeksresultaten? Bvb. Een meertalige leerling die vooral op school een Nederlandstalig aanbod krijgt, zich niet kunnen afzonderen voor een vertrouwelijk onlinegesprek …
  • Als we toch kiezen voor testonderzoek en de resultaten zijn niet betrouwbaar/valide. Kunnen we dan op korte termijn een hertesting doen (al dan niet met een ander instrument)?

Noteer je afwegingen duidelijk in het leerlingendossier.

Omdat het CLB een multidisciplinaire setting is, pleiten we ervoor om over de noodzaak en de wijze van onderzoek in team te beslissen. Zo krijg je ook zicht op wie wanneer welke leerling/ouders ziet of hoort en kan je hiervan gebruikmaken tijdens je HGD-traject (vb. vaccinatiemoment/systematisch contact, combineren met een gesprek over een andere vraag).  

Onderzoekfase: wat met individueel diagnostisch onderzoek?

Tijdens de onderzoeksfase kan je kiezen voor tele-diagnostiek (gesprek of meting via videocall of telefoon), het bezorgen van vragenlijsten of toch gaan voor een standaard onderzoeksafname. Waarvoor je ook kiest, hou bij afname en interpretatie altijd rekening met de uitzonderlijke omstandigheden waarbinnen het (test)onderzoek plaatsvond.

  • Welk effect heeft de online afname of het opsturen van vragenlijsten op het functioneren van de cliënt en zijn vertrouwensband met de diagnost?
  • Welk effect heeft de bijzondere leer- en leefsituatie op de leervorderingen?: Hoe groot is het aanbod Nederlands bij een meertalige leerling? Hoe verloopt de pre-teaching? Heeft de leerling toegang tot lesmateriaal? Loopt de therapie die de leerling volgde nu nog door?...
  • Welk effect heeft de bijzondere leer- en leefsituatie op het functioneren van de leerling en zijn context?: Welke ondersteuning kunnen ouders en het netwerk nu geven? Is er sprake van verhoogde stress in de thuissituatie? Zijn er aanpassingen in externe hulpverlening aan de leerling of zijn gezin?

Wees voorzichtig bij de keuze voor en interpretatie van testonderzoek op afstand. Om de resultaten van een test of vragenlijst betrouwbaar te kunnen interpreteren, moet deze op dezelfde gestandaardiseerde manier en in dezelfde modaliteit (bv. pen-en-papierafname) worden afgenomen als tijdens het normeringsonderzoek of moet equivalentie tussen beide versies worden aangetoond. Er is momenteel nog te weinig evidentie beschikbaar om equivalentie te garanderen[4]. Noteer observaties over het verloop van de afname en afwijkingen van de standaardprocedure in je onderzoeksverslag.

1. Uitvoeren van face-to-face diagnostisch onderzoek

Voor het uitvoeren van diagnostisch onderzoek in veilige omstandigheden verwijzen we naar de richtlijnen van de overheid en de netgebonden richtlijnen[5]. Toets voordien bij leerling en zijn ouders af hoe zij tegenover face-to-face onderzoek staan. Bekijk welke beschermingsmaatregelen jij moet nemen en hoe je het onderzoek op voorhand best voorbereidt (materialen klaarleggen…) en het onderzoeksmateriaal na gebruik best opbergt (vb. op koffer aangeven wanneer het testmateriaal weer kan gebruikt worden).

Hou bij de interpretatie rekening met de uitzonderlijke omstandigheden waarbinnen het testonderzoek plaatsvond en noteer dit in je afweging:

  • Wat was het effect van het dragen van een mondmasker op verstaanbaarheid, mimiek en articulatie?
  • Wat was het effect van het dragen van een mond- of spatmasker, screen, ontsmetting op de resultaten van de leerling? Kon hij zich ontspannen? Kon hij zich concentreren? Toonde hij vertrouwen in de diagnost?

Noteer in je onderzoeksverslag en LARS-registratie onder welke omstandigheden het onderzoek plaatsvond.

2. Vragenlijsten op papier bezorgen

Vragenlijsten op papier aan cliënten bezorgen, kan mits een goede afstemming met de leerling en/of zijn ouders. Hier weeg je best goed af of dit in deze situatie op dit moment echt noodzakelijk is. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waarin we ons bevinden, zijn er vragen te stellen bij de validiteit van scores. Vragenlijsten die polsen naar gedragsproblemen, opvoedingsproblemen, gevoelens van eenzaamheid… kunnen mogelijk een vertekend beeld geven op dit moment. Samen leven en werken in een kleine ruimte kan bijvoorbeeld zorgen voor meer interactieproblemen waardoor er hoger wordt gescoord.

3. Telediagnostiek

Resultaten verkregen via telediagnostiek kunnen in de meerderheid van de gevallen niet betrouwbaar geïnterpreteerd worden. Wel kunnen ze een eerste indicatie geven wanneer de nood hoog is en de diagnosticus kan beargumenteren dat bepaalde aspecten van het diagnostisch onderzoek zich lenen voor teleconsultaties. Hierbij raadt de American Psychological Association (APA) aan om de betrouwbaarheidsintervallen te verbreden bij het interpreteren van de resultaten om de grotere foutmarge bij telediagnostiek mee in rekening te brengen. Verder is het van belang om in het verslag te vermelden dat de afname van een vragenlijst, interview of test vanop afstand plaatsvond en om de gehanteerde procedure en doorgevoerde aanpassingen in detail te beschrijven.

Integratie-aanbevelingsfase en adviesfase

Bekijk eerst met je team welke nieuwe gegevens uit het onderzoek zijn gekomen. Maak bij tegenstrijdigheden samen afwegingen op basis van de betrouwbaarheid en validiteit van de onderzoeksresultaten. Als onderzoeksresultaten onvoldoende duidelijkheid bieden, dan worden conclusies waar mogelijk best uitgesteld. Noteer je afwegingen duidelijk in het leerlingendossier.

Wanneer verdere diagnostiek noodzakelijk is om een goede oriëntering te doen, prioriteer je best dit HGD-traject wanneer de Covid-19-maatregelen verder worden afgebouwd.

Betrek de leerling en de ouders bij het opstellen van doelen, behoeften en aanbevelingen. Bespreek met hen de onderzoeksresultaten en geef openlijk aan welke resultaten – gezien de omstandigheden – moeilijk te interpreteren zijn.

Geef prioriteit aan een gedragen advies waarbij vertrokken wordt van wat er voor deze leerling binnen deze context het beste is. Kwaliteitsvolle diagnostiek en onderwijsbehoeften primeren hierbij!

Frequently Asked Questions

Hieronder vullen we vaak gestelde vragen aan. Voor andere vragen kan je steeds contact opnemen met info@prodiagnostiek.be

Wat zijn de gevolgen van het nooddecreet en het Besluit van de Vlaamse Regering ingevolge COVID-19 op de richtlijnen rond de opmaak van een gemotiveerd verslag of een verslag?

Hiervoor verwijzen wij door naar de ISC-richtlijnen M-decreet en ondersteuningsmodel (laatste update zie datum bovenaan). De wijzigingen hieromtrent zijn groen gemarkeerd in de tekst. 

Is het aangewezen om intelligentieonderzoek op afstand of via Q-interactive af te nemen?

Wij raden niet aan om intelligentieonderzoek vanop afstand af te nemen. We volgen hiermee het advies van de Vlaamse Vereniging voor Schoolpsychologie die online afname van de WISC-V afraadt. Lees meer op hun website.

Ook het gebruik van Q-interactive bij intelligentieonderzoek raden wij af. Dit omdat er onvoldoende evidentie is dat de normen die via de pen-en-papiermethode werden verkregen, ook gelden voor een digitale afname.

Als er al eerder intelligentieonderzoek gebeurde dan kan dit aangevuld worden met kwalitatieve gegevens om tot indicatiestelling te komen (doelen, behoeften). Als er nog geen intelligentieonderzoek gebeurde en dit nodig is voor een goede indicering dan hou je bij de afname rekening met de nodige veiligheidsmaatregelen en de impact van die veiligheidsmaatregelen op de leerling.

Kunnen we een verslag type 2 maken zonder IQ-score/score voor adaptief gedrag?

De algemene stelregel is om zoveel mogelijk gebruik te maken van informatie die reeds aanwezig is. Voor de opmaak van een verslag type 2 is informatie over intellectueel functioneren en adaptief gedrag noodzakelijk.

  • Voor het intellectueel functioneren houdt dit in dat er gegevens beschikbaar zijn over de algemene intelligentie verkregen door een intelligentie- of ontwikkelingstest. Indien geen intelligentiegegevens aanwezig zijn (en intelligentieonderzoek niet op een veilige manier mogelijk is), is uitstel van beslissing aangewezen. Er zijn immers veel vragen te stellen over de betrouwbaarheid van resultaten van een testing van op afstand (zie ook Algemene overwegingen).
  • Voor adaptief gedrag is de betrouwbaarheid en validiteit van beschikbare instrumenten beperkter dan voor intelligentie. Indien er nog geen kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn over adaptief gedrag, kan zo uitgebreid mogelijke kwalitatieve informatie volstaan voor de opmaak van een verslag type 2, zeker als alle andere gegevens duidelijk bevestigen dat een type 2-aanbod nodig is. Belangrijk daarbij is om met de cliënt te bespreken dat de huidige adaptieve vaardigheden (als criterium voor de diagnose verstandelijke beperking) op een later moment nog moet worden uitgeklaard. Het is niet aangewezen om instrumenten als de SRZ-i, Vineland-Z of PEDI-NL als vragenlijst aan cliënten te bezorgen, aangezien ze als interview zijn genormeerd en je zo ook bijkomende toelichting van de ouders mist. Indien een face-to-facegesprek niet veilig georganiseerd kan worden, kan de CLB-medewerker overwegen om de SRZ-i of Pedi-NL (functionele vaardigheidsschalen zelfverzorging en/of sociaal functioneren) tijdens een telefoon of videocall te gebruiken als kapstok in het gesprek. Voor overwegingen rond het al dan niet gebruiken van de normen bij onderzoek op afstand, verwijzen we naar de nieuwsbrief van het Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek.

De opmaak van een tijdelijk verslag type 2 is voorzien in regelgeving, maar gezien het in deze casussen meestal om eigen diagnostiek gaat, kan de afweging worden gemaakt of uitstel van de testafname en de advisering type 2 niet te verkiezen is boven de opmaak van een tijdelijk verslag. De voorkeur dient dan te gaan naar het verderzetten van de loopbaan in de huidige school.

Indien de leerling gewoon onderwijs volgt, kan de voorkeur uitgaan naar ondersteuning via gemotiveerd verslag. Indien de leerling in buitengewoon onderwijs les volgt, kan de voorkeur uitgaan naar de leerling binnen het huidige type/OV verder les laten volgen in afwachting van duidelijkheid/zekerheid. We wijzen voor deze casussen ook nog op de mogelijkheid om een attestwijziging te doen in de loop van het schooljaar 20-21.  

 

 

[1] Zie Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek (2020) Richtlijn telediagnostiek in Vlaanderen tijdens de COVID-19-crisis, geconsulteerd op 11 mei 2020.

[2] Zie Agentschap Opgroeien (2020) Corona en Jeugdhulp, geconsulteerd op 19 mei 2020; Agentschap Opgroeien (2020) Opgroeien zet zich extra in voor kwetsbare jongeren, geconsulteerd op 19 mei 2020;

[4] Je leest bijkomende overwegingen in Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek (2020) Richtlijn telediagnostiek in Vlaanderen tijdens de COVID-19-crisis, geconsulteerd op 11 mei 2020.